Goed bericht uit een ver land

Zaaien en oogsten onder de Masaï

‘Een goed bericht uit een ver land is als koel water voor een dorstige keel’. Spreuken 25:25.

Gisteren viel ‘Luchtpost’, het magazine van Mission Aviation Fellowship (MAF) bij ons op de deurmat met daarin het artikel ‘Zaaien en oogsten onder de Masaï’. Daarin werd kort geschetst hoe de MAF dertig jaar geleden begon te helpen bij de evangelieverkondiging onder deze nomadenstam. Het werk is langzaam gegroeid en vorig jaar werden er in de buurt van Malambo 600 mensen gedoopt. Een goed bericht uit een ver land.

Dat land is Tanzania. Toos en ik hebben destijds de start van dat werk van nabij mee mogen maken. Wij werkten toen met Agape onder de paraplu van de Lutherse Kerk in  Moshi. Ds. Lemashon had in Umasaini (Masai-land) gehoord dat wij een kopie van de Jezusfilm hadden met een nasynchronisatie in de Masaï-taal. Bovendien hadden we evangelisatiemateriaal dat paste in hun cultuur. Maar het was een hele onderneming om met onze jeeps op de plaats van bestemming te komen en trainingen te geven.

Met een vliegtuig van de MAF was het nauwelijks een uur. Gelukkig woonden wij destijds naast Peter, de Engelse piloot en die was zo enthousiast over wat er gebeurde dat hij zelfs sponsors in Engeland heeft gezocht om de vluchten te kunnen betalen. Toen wij in 1985 uit Moshi vertrokken om elders te gaan werken, is deze piloot verder gegaan met behulp van een Lutherse voorganger waarmee wij goed bevriend waren geworden.

We komen de foto’s uit die tijd nog wel eens tegen in oude albums en dan vraag je je af wat er van al die mensen geworden is. En dan lees je plotseling een bericht waaruit blijkt dat het werk toch langzaam is gegroeid. Wat toen gezaaid is, brengt nu vrucht voort. Daar word je blij van. ‘Ashe na leng’, dank u wel, zoals de Masaï het zeggen.

Advertenties

Zingen

zingen

‘Nadat ze de lofzang hadden gezongen, vertrokken ze naar de Olijfberg’. Matteüs 26:30 / Marcus 14:26.

Dit is de enige keer dat er in de evangeliën naar een mogelijk zingen van Jezus verwezen wordt. Toch staan er zo veel oproepen om tot eer van God te zingen in de Bijbel dat we mogen aannemen dat Jezus veel gezongen heeft. Bij het Pesachmaal werd na de tweede beker het eerste deel van het Hallel gezongen (Psalm 113,114) en aan het einde het tweede deel (Psalm 115-118). Daar ben je wel even mee bezig.

Maar verder in de bediening van Jezus lezen we niets over zingen, terwijl er toch bij verschillende gelegenheden grote groepen mensen bij elkaar waren om genezing en onderwijs van hem te ontvangen. Zouden er ‘hillsongs’ geklonken hebben op de heuvels van Galilea en Judea? Het zou best kunnen, maar we lezen er niets over. We kunnen vele namen geven aan Jezus, zoals leraar, herder, meester en genezer. Maar een ‘songleader’ is hij kennelijk nooit geweest. Ook heeft hij aan zijn leerlingen nooit de opdracht gegeven om het te worden. Andere zaken hadden blijkbaar voorrang.

Waarom dan toch het grote belang dat in de huidige kerk gehecht wordt aan aanbiddingsleiders, praisebands en performance? Zijn we misschien een beetje doorgeschoten op dat punt? Natuurlijk moeten we blijven zingen. Psalmen, gezangen, geestelijke liederen of hoe je het ook wilt noemen. In alle toonaarden mag de lof van God bezongen worden. Maar laten we oppassen dat we geen mensen gaan verheerlijken in plaats van onze Schepper. Hij verdient de ereplaats. Wij zijn slechts zijn dienaren.