Oplettend wandelen

Afbeeldingsresultaat voor vierdaagse nijmegen

Kol. 2:6-8 (HSV)

6Zoals u dan Christus Jezus, de Heer, hebt aangenomen, wandel in Hem,

7geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, zoals u onderwezen bent; wees daarin overvloedig, met dankzegging.

8Pas op dat niemand u als buit meesleept door de filosofie en inhoudsloze verleiding, volgens de overlevering van de mensen, volgens de grondbeginselen van de wereld, maar niet volgens Christus.

 

Dit gedeelte begint met het woordje ‘zoals’. Dat is niet onbelangrijk. Als we willen wandelen in Hem, als we op zijn wegen willen gaan en door zijn kracht willen leven, dan gaat dat op dezelfde manier als we tot bekering gekomen zijn: door geloof, in vertrouwen. Niet door eigen inspanning dus.

Als we bovenstaande verzen in de NBV lezen, dan lijkt het of we als gelovigen van alles moeten. Alle werkwoorden staan in de gebiedende wijs.

Maar in de grondtaal staan slechts twee opdrachten. In de HSV lijken dat er nog drie te zijn, maar het ‘overvloedig zijn’ is meer een constatering dan een gebod. Dus blijven er twee richtlijnen over:

  • Wandel in Hem (vs. 6). We komen hier in het Grieks een samengesteld woord tegen: peri-pateō = letterlijk rond-lopen, maar hier in de betekenis van gericht op weg zijn. Je zou dat kunnen vergelijken met de Nijmeegse Vierdaagse. Het gaat om een bepaald traject en een afgesproken dagelijkse afstand.

Dan volgen er drie voltooide deelwoorden: geworteld, opgebouwd en bevestigd. Dat zijn dus zaken die we als ‘gedaan’ mogen beschouwen. Voor een meerdaagse wandeltocht zal er getraind zijn, is de juiste uitrusting aangeschaft en wordt het bewijs van registratie ter controle bij zich gedragen.

Voor christenen is dat alles wat Jezus voor ons heeft gedaan en ons eigendom werd toen we gedoopt werden (Kol. 2:12).

Er is slechts één onvoltooid deelwoord: overlopend van dankzegging. Je moet er de juiste instelling voor hebben, de goede mentale houding voor die momenten dat het even tegenvalt. Sportpsychologen zijn er duidelijk over. Dankzegging, zingen, een positieve gerichtheid op het einddoel, het zijn allemaal zaken die de wandelaars erdoorheen kunnen slepen op momenten dat het niet vanzelf meer gaat.

  • Pas op, kijk uit (vs. 8). Hier staat letterlijk de gebiedende wijs van ‘zien’. Er zijn dus gevaren onderweg. Een verkeerde afslag is snel genomen. Er schijnen altijd weer toeschouwers, of zelfs ‘meelopers’, te zijn die een gemakkelijkere, kortere of mooiere weg weten. Het is niet de route die van tevoren is uitgezet en beveiligd. Het pad dat al door zoveel mensen afgelegd is en daardoor de indruk maakt een beetje uitgesleten en afgetrapt te zijn. Een nieuw idee, een ander inzicht, iets intellectueels. Het kan zo verleidelijk zijn. Het blijft daarom oppassen als we de weg van Jezus willen gaan. Er zijn altijd weer mensen die het net even beter weten, nog wat extra regeltjes hebben, een andere route hebben uitgestippeld. De schrijver van de brief is hier duidelijk over: ‘Laat niemand je iets voorschrijven … het is zelfbedachte godsdienst ’(Kol. 2:16,23 NBV).

Het leven van een christen is als een pelgrimstocht. Er valt heel veel over te zeggen. Maar in essentie gaat het maar om dat ene, dat zowel middel als einddoel is: ‘ga de weg van de liefde, zoals Christus’ (Ef. 5:2). Hij is ons voorgegaan en gaat met ons mee. We hoeven slechts onze blik op Hem gericht te houden en te denken aan de blijdschap die voor ons het verschiet ligt (Hebr. 12:2). In het geval van de Vierdaagse is dat de Via Gladiola waar de lopers een bloemenhulde ontvangen en zo feestelijk worden ingehaald. Laat dat een mooi voorbeeld zijn van de onthaal die ons boven te wachten staat.