Blijvende vrucht

IMG_20190801_091129~2

Van 1986 tot en met 1992 hebben we als gezin op een Bijbelschool in het zuiden van Tanzania gewoond en gewerkt. Naast mijn taak als docent was ik ook verantwoordelijk voor een aantal projectjes, die als doel hadden de school ooit meer zelfvoorzienend te laten worden. Op een gegeven moment kreeg ik een aantal zakjes met zaden afkomstig van een bosbouwproefstation in Hawai in handen. Het ging om varianten van de leucaena leucocephala of witte mimosa, een snelgroeiende boom bekend om haar bodem verbeterende eigenschappen. Daar wilde ik als afgestudeerde bosbouwer wel wat mee. Ik heb de zaadjes laten ontkiemen en eerst uitgeplant rondom ons huis en andere gebouwen van de school. Na een paar jaar konden we al in de schaduw van deze bomen zitten. Daarna volgden een aantal stukken braakliggende grond waar toch niets wilde groeien. Het eerste jaar moest er wel begoten en gewied worden. Het droge seizoen is er immers lang. Het idee was om op termijn de school te kunnen voorzien van een blijvende bron van brandhout. De bomen zouden elke paar jaar immers ‘geoogst’ kunnen worden om vervolgens opnieuw uit te lopen.

Toen mijn vrouw en twee van onze kinderen na een kleine 30 jaar de school kort geleden weer bezochten, bleken de bomen het gehaald te hebben. Maar ze waren nauwelijks gebruikt als brandhout. Tot hun stomme verbazing vlogen er wel allerlei soorten grote vlinders rond. Die hebben we vroeger nooit zo gezien. Blijkbaar was er door de bomen een soort microklimaat ontstaan waarin ze konden gedijen. Een leuke ontwikkeling waarvoor we destijds echter niet naar Tanzania waren gegaan. Het ging ons toen vooral om veranderingen in het geestelijk klimaat.

Terugkijkend kunnen we constateren dat niet alles wat we destijds ondernomen hebben een ‘succes’ geworden is. Er zijn projecten die een zachte dood gestorven zijn toen de kerken zich losmaakten van de zendingsorganisatie en het geld minder rijkelijk ging stromen. Wat wel gebleven is, zijn de lessen die geleerd en doorgegeven zijn. In 2 Timotheüs 2:2 staat ‘Geef wat je in aanwezigheid van velen van mij hebt gehoord, door aan betrouwbare mensen die geschikt zijn om anderen te onderwijzen’. Twee van onze studenten zijn nu zelf hoofd van een Bijbelschool. Een andere mag zich nu ‘bisschop’ noemen. Hij is voorzitter van wat hier in Nederland een ‘classis’ genoemd zou worden. In de herinnering van de mensen waren we een gezin dat niet ‘naast’, maar ‘onder’ hen woonde, meer van hen dan van de zendingsorganisatie. Veel van wat we destijds nastreefden is  verloren gegaan, maar wat blijvend is, heeft de wereld, net als de vlinders  misschien een beetje mooier gemaakt.

Advertenties